Algemene wet op het binnentreden
§ 1 | Binnentreden in woningen in het algemeen
Artikel 1 | Legitimatieplicht
1. Degene die bij of krachtens de wet belast is met de opsporing van strafbare
feiten of enig ander onderzoek, met de uitvoering van een wettelijk
voorschrift of met het toezicht op de naleving daarvan, dan wel een
bevoegdheid tot vrijheidsbeneming uitoefent, en uit dien hoofde in een
woning binnentreedt, is verplicht zich voorafgaand te legitimeren en
mededeling te doen van het doel van het binnentreden. Indien twee of meer
personen voor hetzelfde doel in een woning binnentreden, rusten deze
verplichtingen slechts op degene die bij het binnentreden de leiding heeft.
2. Indien de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichtingen naar
redelijke verwachting ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de
veiligheid van personen of goederen, feitelijk onmogelijk is dan wel naar
redelijke verwachting de strafvordering schaadt, gelden deze verplichtingen
slechts voor zover de naleving daarvan in die omstandigheden kan worden
gevergd.
3. De persoon, bedoeld in het eerste lid, die met toestemming van de bewoner
wenst binnen te treden, vraagt voorafgaand aan het binnentreden diens
toestemming. De toestemming moet blijken aan degene die wenst binnen
te treden.
§ 1 | Binnentreden in woningen zonder toestemming van de bewoner
Artikel 2 | Schriftelijke machtiging
1. Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is een
schriftelijke machtiging vereist. De machtiging wordt zo mogelijk getoond.
2. Onze Chief of Justice stelt het model van deze machtiging vast.
3. Een schriftelijke machtiging als bedoeld in het eerste lid is niet vereist,
indien ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar
voor de veiligheid van personen of goederen terstond in de woning moet
worden binnengetreden.
Artikel 3 | Bevoegdheid tot machtiging
1. Bevoegd tot het geven van een machtiging tot binnentreden is:
a. district attorney.
2. Degene die bevoegd is een machtiging te geven, gaat daartoe slechts over,
indien het doel waartoe wordt binnengetreden het binnentreden zonder
toestemming van de bewoner redelijkerwijs vereist.
Artikel 4 | Gemachtigde
De machtiging kan uitsluitend worden gegeven aan degene die bij of krachtens
de wet bevoegd is verklaard zonder toestemming van de bewoners in een woning
binnen te treden.
Artikel 5 | Reikwijdte machtiging
De machtiging wordt gegeven voor het binnentreden in één in de machtiging
te noemen woning. Zo nodig kan in de machtiging worden bepaald dat zij
tevens geldt voor ten hoogste drie andere afzonderlijk te noemen woningen.
Artikel 6 | Inhoud machtiging
1. De machtiging is ondertekend en vermeldt:
a. de naam en de hoedanigheid van degene die de machtiging heeft gegeven;
b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging
is gegeven;
c. de wettelijke bepalingen waarop het binnentreden berust en het doel
waartoe wordt binnengetreden;
d. de dagtekening.
2. De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die
waarop zij is gegeven.
Artikel 7 | Binnentreden 's nachts
1. Tussen middernacht en 6 uur ’s morgens kan slechts zonder toestemming van de
bewoner worden binnengetreden, voor zover dit dringend noodzakelijk is en,
indien krachtens een machtiging wordt binnengetreden, de machtiging dit
uitdrukkelijk bepaalt.
2. Bij afwezigheid van de bewoner kan slechts worden binnengetreden, voor zover
dit dringend noodzakelijk is en, indien krachtens een machtiging wordt
binnengetreden, de machtiging dit uitdrukkelijk bepaalt.
Artikel 8 | Metgezel
1. Degene die de machtiging heeft gegeven, kan degene die bevoegd is binnen
te treden, vergezellen.
2. Degene die bevoegd is zonder toestemming van de bewoner binnen te treden,
kan zich door anderen doen vergezellen, voor zover dit voor het doel van
het binnentreden redelijkerwijs is vereist en, indien krachtens een
machtiging wordt binnengetreden, de machtiging dit uitdrukkelijk bepaalt.
Artikel 9 | Toegang verschaffen
Degene die bevoegd is zonder toestemming van de bewoner binnen te treden, kan
zich de toegang tot of de doorgang in de woning verschaffen, voor zover het
doel van het binnentreden dit redelijkerwijs vereist.