Ga naar inhoud

Wetboek van Strafrecht

EERSTE BOEK | Algemene Bepalingen

TITEL I. Omvang van de werking van de strafwet

Artikel 1 | Legaliteitsbeginsel. Verandering in wetgeving
1. Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane 
   wettelijke strafbepaling.
2. Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, 
   worden de voor de verdachte gunstigste bepalingen toegepast.
Artikel 2 | Territorialiteitsbeginsel
De strafwet is toepasselijk op ieder die zich in de stad aan enig strafbaar 
feit schuldig maakt.

TITEL II. Straffen

Artikel 9 | Hoofd- en bijkomende straffen
1. De straffen zijn:
    a. hoofdstraffen:
     1° gevangenisstraf;
     2° taakstraf;
     3° geldboete;
    b. bijkomende straffen:
     1° ontzetting van bepaalde rechten;
     2° openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak
Artikel 9a | Rechterlijk pardon
Indien de rechter dit raadzaam acht in verband met de geringe ernst van het 
feit, de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het feit 
is begaan, dan wel die zich nadien hebben voorgedaan, kan hij in het vonnis 
bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.
Artikel 10 | Duur gevangenisstraf
1. De gevangenisstraf is tijdelijk.
2. De duur van de tijdelijke gevangenisstraf is ten minste 10 maanden 
   en ten hoogste 120 maanden.
Artikel 22c | Taakstraf
1. Een taakstraf bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid. 
   Het vonnis dan wel de strafbeschikking vermeldt het aantal uren 
   dat de straf zal duren. Het vonnis dan wel de strafbeschikking 
   kan de aard van de te verrichten werkzaamheden vermelden.
2. De taakstraf duurt ten hoogste 60 uren.
Artikel 36e | Ontneming wederrechterlijk verkregen voordeel
1. Op vordering van het Department of Justice (DOJ) kan bij een afzonderlijke 
   rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een 
   strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van 
   een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk 
   verkregen voordeel. 
2. De verplichting kan worden opgelegd aan de in het eerste lid 
   bedoelde persoon die voordeel heeft verkregen door middel van 
   of uit de baten van het daar bedoelde feit of andere strafbare 
   feiten, waaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door 
   de veroordeelde zijn begaan.  

TITEL III. Uitsluiting en verhoging van strafbaarheid

Artikel 39 | Ontoerekeningsvatbaarheid
Niet strafbaar is hij die een feit begaat, dat hem wegens de psychische 
stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet 
kan worden toegerekend.
Artikel 40 | Overmacht
Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is 
gedrongen.
Artikel 41 | Noodweer (exces)
1. Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de 
   noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, 
   eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding.
2. Niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen van noodzakelijke 
   verdediging, indien zij het onmiddellijk gevolg is geweest van een hevige 
   gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt.    
Artikel 42 | Wettelijk voorschrift
1. Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een wettelijk 
   voorschrift.
2. Niet strafbaar is de ambtenaar die in de rechtmatige uitoefening van zijn 
   taak en in overeenstemming met zijn geweldsinstructie geweld gebruikt.   
Artikel 43 | (Onbevoegd) ambtelijk bevel
1. Niet strafbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een ambtelijk 
   bevel, gegeven door het daartoe bevoegde gezag.
2. Een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel heft de strafbaarheid niet op, 
   tenzij het door de ondergeschikte te goeder trouw als bevoegd gegeven werd 
   beschouwd en de nakoming daarvan binnen de kring van zijn ondergeschiktheid 
   was gelegen.    
Artikel 44 | Ambtenaren
Indien een ambtenaar door het begaan van een strafbaar feit een bijzondere 
ambtsplicht schendt of bij het begaan van een strafbaar feit gebruik maakt 
van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken, kan de op 
het feit gestelde straf, met uitzondering van geldboete, met een derde 
worden verhoogd. 

TITEL IV. Poging en voorbereiding

Artikel 45 | Poging tot misdrijf
1. Poging tot misdrijf is strafbaar, wanneer het voornemen van de dader zich 
   door een begin van uitvoering heeft geopenbaard.
2. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging 
   met een derde verminderd.
3. De bijkomende straffen zijn voor poging dezelfde als voor het voltooide 
   misdrijf.
Artikel 46 | Voorbereiding van misdrijf
1. Voorbereiding van een misdrijf is strafbaar, wanneer de dader opzettelijk 
   voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten of vervoermiddelen bestemd 
   tot het begaan van dat misdrijf verwerft, vervaardigt, invoert, doorvoert, 
   uitvoert of voorhanden heeft.
2. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij 
   voorbereiding met de helft verminderd.
3. De bijkomende straffen zijn voor voorbereiding dezelfde als voor het 
   voltooide misdrijf.
4. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.   
Artikel 46b | Niet voltooide voorbereiding/poging
Voorbereiding noch poging bestaat indien het misdrijf niet is voltooid 
tengevolge van omstandigheden van de wil van de dader afhankelijk.

TITEL V. Deelneming aan strafbare feiten

Artikel 47 | Daders
1. Als daders van een strafbaar feit worden gestraft:
   1° zij die het feit plegen, doen plegen of medeplegen;
   2° zij die door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, 
      of misleiding of door het verschaffen van gelegenheid, middelen of 
      inlichtingen het feit opzettelijk uitlokken.
2. Ten aanzien van de laatsten komen alleen die handelingen in aanmerking die 
   zij opzettelijk hebben uitgelokt, benevens hun gevolgen.     
Artikel 48 | Medeplichtigheid
Als medeplichtigen van een misdrijf worden gestraft:
   1° zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf;
   2° zij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen tot 
      het plegen van het misdrijf.   
Artikel 49 | Strafbepaling bij medeplichtigheid
1. Het maximum van de hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij 
   medeplichtigheid met een derde verminderd.
2. De bijkomende straffen zijn voor medeplichtigheid dezelfde als voor 
   het misdrijf zelf.
3. Bij het bepalen van de straf komen alleen die handelingen in aanmerking die 
   de medeplichtige opzettelijk heeft gemakkelijk gemaakt of bevorderd, 
   benevens hun gevolgen.
Artikel 50 | Persoonlijke omstandigheden
De persoonlijke omstandigheden waardoor de strafbaarheid uitgesloten, 
verminderd of verhoogd wordt, komen bij de toepassing van de strafwet 
alleen in aanmerking ten aanzien van die dader of medeplichtige wie 
zij persoonlijk betreffen.
Artikel 52 | Medeplichtigheid aan overtreding
Medeplichtigheid aan overtreding is niet strafbaar.

TITEL VI. Samenloop van strafbare feiten

Artikel 55 | Eendaadse samenloop
1. Valt een feit in meer dan één strafbepaling, dan wordt slechts één van 
   die bepalingen toegepast, bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf 
   is gesteld.
2. Indien voor een feit dat in een algemene strafbepaling valt een bijzondere 
   strafbepaling bestaat, komt deze alleen in aanmerking.
Artikel 56 | Voortgezette handeling
Staan meerdere feiten, ofschoon elk op zichzelf misdrijf of overtreding 
opleverende, in zodanig verband dat zij moeten worden beschouwd als één 
voortgezette handeling, dan wordt slechts één strafbepaling toegepast, 
bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

TITEL VII. Indiening en intrekking van klacht bij misdrijven alleen op klacht vervolgbaar

Artikel 64 | Klachtgerechtigde
Inzake een misdrijf dat alleen op klacht wordt vervolgd, is degene tegen wie
het feit is begaan, tot de klacht gerechtigd.
Artikel 67 | Intrekking
Hij die de klacht indient, blijft gedurende acht dagen na de dag der 
indiening bevoegd deze in te trekken.

TITEL VIII. Verval van het recht tot strafvordering en van de straf

Artikel 68 | Ne bis in idem
1. Behoudens de gevallen waarin rechterlijke uitspraken voor herziening vatbaar 
   zijn, kan niemand andermaal worden vervolgd wegens een feit waarover te 
   zijnen aanzien bij gewijsde van de rechter in Roxwood onherroepelijk 
   is beslist.
2. Is het gewijsde afkomstig van een andere rechter, dan heeft tegen 
   dezelfde persoon wegens hetzelfde feit geen vervolging plaats in 
   geval van:
   1° vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging;
   2° veroordeling, indien een straf is opgelegd, gevolgd door gehele 
      uitvoering, gratie of verjaring der straf.
Artikel 69 | Dood van verdachte
Het recht tot strafvordering vervalt door de dood van de verdachte.

TITEL IX. Betekenis van sommige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen

Artikel 78 | Misdrijf
Waar van misdrijf in het algemeen of van enig misdrijf in het bijzonder 
gesproken wordt, wordt daaronder medeplichtigheid aan, poging tot en 
voorbereiding van dat misdrijf begrepen, voorzover niet uit enige 
bepaling het tegendeel volgt.
Artikel 78b | Strafbeschikking
Waar van veroordeling wordt gesproken wordt daaronder een strafbeschikking 
begrepen, voorzover niet uit enige bepaling het tegendeel volgt.
Artikel 80 | Samenspanning
Samenspanning bestaat zodra twee of meer personen overeengekomen zijn om 
het misdrijf te plegen.
Artikel 81 | Plegen van geweld
Met het plegen van geweld wordt gelijkgesteld het brengen in een staat 
van bewusteloosheid of onmacht.
Artikel 82 | Zwaar lichamelijk letsel
1. Onder zwaar lichamelijk letsel worden begrepen: ziekte die geen uitzicht 
   op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening 
   van zijn ambts- of beroepsbezigheden, en afdrijving of dood van de vrucht 
   van een vrouw.
2. Onder zwaar lichamelijk letsel wordt mede begrepen storing van de 
   verstandelijke vermogens die langer dan vier weken geduurd heeft.
Artikel 89 | Inklimming
Onder inklimming wordt begrepen ondergraving, alsmede het overschrijden 
van sloten of grachten tot afsluiting dienende.
Artikel 90 | Valse sleutels
Onder valse sleutels worden begrepen alle tot opening van het slot 
niet bestemde werktuigen.

TWEEDE BOEK | Misdrijven

TITEL V. Misdrijven tegen de openbare orde

Artikel 131 | Opruiing
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot 
enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag 
opruit, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 138 | Huisvredebreuk
1. Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in 
   gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar 
   vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende 
   aanstonds verwijdert, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. Hij die zich de toegang heeft verschaft door middel van braak of inklimming, 
   van valse sleutels, van een valse order of een vals kostuum, of die, zonder 
   voorkennis van de rechthebbende en anders dan ten gevolge van vergissing 
   binnengekomen, aldaar wordt aangetroffen in de voor de nachtrust bestemde 
   tijd, wordt geacht te zijn binnengedrongen.
Artikel 139 | Lokaalvredebreuk
1. Hij die in een voor de openbare dienst bestemd lokaal wederrechtelijk 
   binnendringt, of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de 
   vordering van de bevoegde ambtenaar aanstonds verwijdert, wordt 
   gestraft met [STRAFMAAT].
2. Hij die zich de toegang heeft verschaft door middel van braak of 
   inklimming, van valse sleutels, van een valse order of een vals 
   kostuum, of die zonder voorkennis van de bevoegde ambtenaar en anders 
   dan ten gevolge van vergissing binnengekomen, aldaar wordt aangetroffen 
   in de voor de nachtrust bestemde tijd, wordt geacht te zijn 
   binnengedrongen.
Artikel 140 | Deelneming aan criminele organisatie
1. Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van 
   misdrijven, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. Ten aanzien van de oprichters, leiders of bestuurders kunnen de 
   gevangenisstraffen met een derde worden verhoogd.
3. Onder deelneming als omschreven in het eerste lid wordt mede begrepen 
   het verlenen van geldelijke of andere stoffelijke steun aan alsmede 
   het werven van gelden of personen ten behoeve van de daar omschreven 
   organisatie.
Artikel 141 | Openlijke geweldpleging
1. Zij die openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen, 
   worden gestraft met [STRAFMAAT].
2. Artikel 81 blijft buiten toepassing.   
Artikel 141a | Gelegenheid verschaffen tot plegen van geweld
Hij die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft tot het 
plegen van geweld tegen personen of goederen wordt gestraft met 
[STRAFMAAT].
Artikel 142 | Vals alarm
Hij die opzettelijk, zonder dat daartoe de noodzaak aanwezig is, gebruik 
maakt van een alarmnummer voor publieke diensten wordt gestraft met 
[STRAFMAAT].
Artikel 142a | Valse bom
1. Hij die een voorwerp verzendt of op een al dan niet voor het publiek 
   toegankelijke plaats achterlaat of plaatst, met het oogmerk een ander 
   ten onrechte te doen geloven dat daardoor een ontploffing kan worden 
   teweeggebracht, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die gegevens doorgeeft met het 
   oogmerk een ander ten onrechte te doen geloven dat op een al dan niet 
   voor het publiek toegankelijke plaats een voorwerp aanwezig is 
   waardoor een ontploffing kan worden teweeggebracht.
Artikel 149 | Grafschennis
Hij die opzettelijk een graf schendt of enig op een begraafplaats opgericht 
gedenkteken opzettelijk en wederrechtelijk vernielt of beschadigt, wordt 
gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 151 | Doen verdwijnen van lijk
Hij die een lijk begraaft, verbrandt, vernietigt, verbergt, wegvoert of 
wegmaakt, met het oogmerk om het feit of de oorzaak van het overlijden, 
dan wel van het dood ter wereld komen te verhelen, wordt gestraft met 
[STRAFMAAT].

TITEL VII. Misdrijven waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen wordt in
gevaar gebracht

Artikel 157 | Opzettelijk brand of ontploffing veroorzaken
Hij die opzettelijk brand sticht of een ontploffing teweegbrengt, wordt 
gestraft met [STRAFMAAT], indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te 
duchten is of indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar 
lichamelijk letsel voor een ander te duchten is.
Artikel 158 | Culpoos brand of ontploffing veroorzaken
Hij aan wiens schuld brand of ontploffing te wijten is, 
wordt gestraft met [STRAFMAAT], indien daarvan gemeen gevaar voor goederen 
te duchten is of indien daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar 
lichamelijk letsel voor een ander ontstaat.

TITEL VIII. Misdrijven tegen het openbaar gezag

Artikel 177 | Omkoping ambtenaar
1. Met [STRAFMAAT] wordt gestraft: 
   1° hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst 
      verleent of aanbiedt met het oogmerk om hem te bewegen in zijn 
      bediening iets te doen of na te laten;
   2° hij die een ambtenaar een gift of belofte doet dan wel een dienst 
      verleent of aanbiedt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door 
      deze in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan of nagelaten.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een feit als in het 
   eerste lid, onder 1°, omschreven, begaat jegens een persoon in het 
   vooruitzicht van een dienstbetrekking bij een overheidswerkgever, 
   indien de dienstbetrekking bij een overheidswerkgever is gevolgd.
3. Indien de schuldige een van de misdrijven omschreven in dit artikel in 
   zijn beroep begaat, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden 
   ontzet.   
Artikel 179 | Ambtsdwang
Hij die door geweld of enige andere feitelijkheid of bedreiging met geweld 
of enige andere feitelijkheid een ambtenaar dwingt tot het volvoeren van 
een ambtsverrichting of het nalaten van een rechtmatige ambtsverrichting, 
wordt gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 180 | Wederspannigheid
Hij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar 
werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, of tegen personen 
die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand 
verlenen, wordt als schuldig aan wederspannigheid gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 184 | Niet voldoen aan ambtelijk bevel
1. Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of een vordering, krachtens 
   wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig 
   toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot 
   het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die 
   opzettelijk enige handeling, door een van die ambtenaren ondernomen ter 
   uitvoering van enig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, 
   wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. Met de in het eerste gedeelte van het vorige lid bedoelde ambtenaar wordt 
   gelijkgesteld ieder die, krachtens wettelijk voorschrift, voortdurend of 
   tijdelijk met enige openbare dienst is belast.
Artikel 186 | Samenscholing
Hij die opzettelijk bij gelegenheid van een volksoploop zich niet 
onmiddellijk verwijdert na het derde door of vanwege het bevoegd gezag 
gegeven bevel, wordt, als schuldig aan deelneming aan samenscholing, 
gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 188 | Valse aangifte of klacht
Hij die aangifte of klacht doet dat een strafbaar feit gepleegd is, 
wetende dat het niet gepleegd is, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 189 | Hulp aan dader na misdrijf
1. Met [STRAFMAAT] wordt gestraft:
   1° hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of verdachte is van 
      enig misdrijf, verbergt of hem behulpzaam is in het ontkomen aan de 
      nasporing van of aanhouding door de ambtenaren van het DOJ of politie;
   2° hij die nadat enig misdrijf is gepleegd, met het oogmerk om het te 
      bedekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, 
      voorwerpen waarop of waarmede het misdrijf gepleegd is of andere sporen 
      van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van 
      de ambtenaren van het DOJ of politie onttrekt;
   3° hij die opzettelijk voorwerpen die kunnen dienen om de waarheid aan de 
      dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in 
      artikel 36e aan te tonen, met het oogmerk om de inbeslagneming daarvan te 
      beletten, te belemmeren of te verijdelen, verbergt, vernietigt, wegmaakt 
      of aan het onderzoek van de ambtenaren van het DOJ of politie 
      onttrekt, dan wel door het opzettelijk verstrekken van gegevens of 
      inlichtingen aan derden die inbeslagneming belet, belemmert of verijdelt.
Artikel 190 | Beletten van lijkschouwing
Hij die opzettelijk een gerechtelijke lijkschouwing belet, belemmert of 
verijdelt, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 191 | Bevrijding van gedetineerde
Hij die opzettelijk iemand, op openbaar gezag of krachtens rechterlijke 
uitspraak of beschikking van de vrijheid beroofd, bevrijdt of bij zijn 
zelfbevrijding behulpzaam is, wordt gestraft met [STRAFMAAT].

TITEL XII. Valsheid met geschriften, gegevens en biometrische kenmerken

Artikel 225 | Valsheid in geschrift
1. Hij die een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te 
   dienen, valselijk opmaakt of vervalst, met het oogmerk om het als 
   echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, 
   wordt als schuldig aan valsheid in geschrift gestraft, met 
   [STRAFMAAT].
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt 
   van het valse of vervalste geschrift als ware het echt en onvervalst 
   dan wel opzettelijk zodanig geschrift aflevert of voorhanden heeft, 
   terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat dit geschrift 
   bestemd is voor zodanig gebruik.  
Artikel 231 | Vals reisdocument of identiteitskaart
1. Hij die een reisdocument, een identiteitsbewijs als bedoeld in 
   artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht of een ander 
   identiteitsbewijs dat afgegeven is door een dienst of organisatie 
   van vitaal of nationaal belang, valselijk opmaakt of vervalst, of 
   een zodanig geschrift op grond van valse persoonsgegevens doet 
   verstrekken dan wel een zodanig geschrift dat aan hem of een ander 
   verstrekt is, ter beschikking stelt van een derde met het oogmerk 
   het door deze te doen gebruiken als ware het aan hem verstrekt, 
   wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die een reisdocument of een 
   identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid aflevert of voorhanden 
   heeft waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat het vals 
   of vervalst is, dan wel opzettelijk gebruik maakt van een vals of 
   vervalst reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld in het eerste lid. 
   Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk 
   gebruik maakt van een bij het bevoegd gezag als vermist opgegeven of een 
   niet op zijn naam gesteld reisdocument of identiteitsbewijs als bedoeld 
   in het eerste lid.

TITEL XVI. Belediging

Artikel 266 | Eenvoudige belediging
1. Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of 
   smaadschrift draagt, hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift 
   of afbeelding, hetzij iemand, in zijn tegenwoordigheid mondeling of door 
   feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of 
   afbeelding, aangedaan, wordt, als eenvoudige belediging, gestraft met 
   [STRAFMAAT].
2. Niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn gedragingen die ertoe 
   strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, 
   en die er niet op zijn gericht ook in ander opzicht of zwaarder te grieven 
   dan uit die strekking voortvloeit.   
Artikel 269 | Belediging als regel klachtdelict
Belediging, strafbaar krachtens deze titel, wordt niet vervolgd dan op 
klacht van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd. 

TITEL XVIII. Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid

Artikel 282 | Opzettelijke vrijheidsberoving
1. Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft 
   of beroofd houdt, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. De in dit artikel bepaalde straffen zijn ook van toepassing op hem die 
   opzettelijk tot de wederrechtelijke vrijheidsberoving een plaats 
   verschaft.   
Artikel 282a | Gijzeling
1. Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft 
   of beroofd houdt met het oogmerk een ander te dwingen iets te doen of 
   niet te doen wordt als schuldig aan gijzeling gestraft met 
   [STRAFMAAT].
2. Het tweede lid van artikel 282 is toepasselijk.   
Artikel 284 | Dwang
1. Met [STRAFMAAT] wordt gestraft:
   1° hij die een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of 
      door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid, gericht 
      hetzij tegen die ander hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt 
      iets te doen, niet te doen of te dulden;
   2° hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt 
      iets te doen, niet te doen of te dulden.
2. In het geval onder 2° omschreven wordt het misdrijf niet vervolgd 
   dan op klacht van hem tegen wie het gepleegd is.
Artikel 285 | Bedreiging met ernstig misdrijf
1. Bedreiging met openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen 
   of goederen, met geweld tegen een internationaal beschermd persoon 
   of diens beschermde goederen, met enig misdrijf waardoor gevaar voor 
   de algemene veiligheid van personen of goederen of gemeen gevaar voor 
   de verlening van diensten ontstaat, met verkrachting, met feitelijke 
   aanranding van de eerbaarheid, met enig misdrijf tegen het leven gericht, 
   met gijzeling, met zware mishandeling of met brandstichting, wordt 
   gestraft met [STRAFMAAT].
2. Indien het feit, omschreven in het eerste lid wordt 
   gepleegd tegen een persoon in diens hoedanigheid van ambtenaar van 
   politie wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een 
   derde verhoogd.          
Artikel 285b | Stalking
1. Hij, die wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk maakt op eens 
   anders persoonlijke levenssfeer met het oogmerk die ander te dwingen 
   iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen wordt, 
   als schuldig aan belaging, gestraft met [STRAFMAAT].
2. Vervolging vindt niet plaats dan op klacht van hem tegen wie 
   het misdrijf is begaan.       

TITEL XIX. Misdrijven tegen het leven gericht

Artikel 287 | Doodslag
Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig 
aan doodslag, gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 288 | Gekwalificeerde doodslag
Doodslag gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd 
met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk 
te maken, of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere 
deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het 
wederrechtelijk verkregene te verzekeren, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 289 | Moord
Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het leven berooft, 
wordt, als schuldig aan moord, gestraft met [STRAFMAAT].

TITEL XX. Mishandeling

Artikel 300 | Mishandeling
1. Mishandeling wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van 
   de gezondheid.
3. Poging tot dit misdrijf is niet strafbaar.
Artikel 302 | Zware mishandeling
Hij die aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, 
wordt, als schuldig aan zware mishandeling, gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 304 | Strafverzwarende omstandigheden
1. De in de artikelen 300-302 bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een 
   derde worden verhoogd:
   1° indien het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of 
      ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

TITEL XXI. Veroorzaken van de dood of van lichamelijk letsel door schuld

Artikel 307 | Dood door schuld
1. Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt gestraft met 
   [STRAFMAAT].
2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt de op het feit gestelde 
   gevangenisstraf met een derde verhoogd.         
Artikel 308 | Zwaar lichamelijk letsel door schuld
1. Hij aan wiens schuld te wijten is dat een ander zwaar lichamelijk letsel 
   bekomt of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of 
   verhindering in de uitoefening van zijn ambts- of beroepsbezigheden 
   ontstaat, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. Indien de schuld bestaat in roekeloosheid, wordt de op het feit gestelde 
   gevangenisstraf met een derde verhoogd.   
Artikel 309 | In uitoefening ambt of beroep
Indien de in deze titel omschreven misdrijven worden gepleegd in de 
uitoefening van enig ambt of beroep, kan de gevangenisstraf met een derde 
worden verhoogd, kan ontzetting worden uitgesproken van de uitoefening 
van het beroep waarin het misdrijf is gepleegd, en kan de rechter de 
openbaarmaking van zijn uitspraak gelasten.

TITEL XXII. Diefstal en stroperij

Artikel 310 | Diefstal
Hij die enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort wegneemt, 
met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als 
schuldig aan diefstal, gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 311 | Gekwalificeerde diefstal
Met [STRAFMAAT] wordt gestraft:
   1° diefstal in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, 
      door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de 
      rechthebbende bevindt;
   2° diefstal door twee of meer verenigde personen;
   3° diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het 
      misdrijf heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik 
      heeft gebracht door middel van braak, verbreking of inklimming, van 
      valse sleutels, van een valse order of het aannemen van een valse 
      naam of van een valse hoedanigheid, of door listige kunstgrepen, 
      of door een samenweefsel van verdichtsels.
Artikel 312 | Diefstal met geweldpleging
1. Met [STRAFMAAT] wordt gestraft 
   diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging 
   met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal 
   voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op 
   heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij 
   de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene 
   te verzekeren.
2. De gevangenisstraf wordt met een derde verhoogd indien:     
   1° het feit wordt gepleegd hetzij gedurende de voor de nachtrust 
      bestemde tijd in een woning of op een besloten erf waarop een woning 
      staat; hetzij op de openbare weg;
   2° het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;
   3° de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf 
      heeft verschaft door middel van braak of inklimming, van valse sleutels, 
      van een valse order of een vals kostuum;
   4° het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;

TITEL XXIII. Afpersing

Artikel 317 | Afpersing
1. Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te 
   bevoordelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt 
   hetzij tot de afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan 
   deze of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van een 
   schuld of het teniet doen van een inschuld, hetzij tot het ter 
   beschikking stellen van gegevens, wordt, als schuldig aan afpersing, 
   gestraft met [STRAFMAAT].
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die de dwang, bedoeld in het 
   eerste lid, uitoefent door de bedreiging dat gegevens die door middel 
   van een geautomatiseerd werk zijn opgeslagen, onbruikbaar of 
   ontoegankelijk zullen worden gemaakt of zullen worden gewist.
3. De bepalingen van het tweede en derde lid van artikel 312 zijn op 
   dit misdrijf van toepassing.

TITEL XXVII. Vernieling of beschadiging

Artikel 350 | Beschadiging goederen/dieren
1. Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan 
   een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, 
   wordt gestraft met [STRAFMAAT].
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk en wederrechtelijk 
   een dier dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, doodt, beschadigt, 
   onbruikbaar maakt of wegmaakt.

TITEL XXX. Begunstiging

Artikel 416 | Opzetheling
1. Als schuldig aan opzetheling wordt gestraft met [STRAFMAAT]:
   a. hij die een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een 
      persoonlijk recht op of een zakelijk recht ten aanzien van een goed 
      vestigt of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het 
      voorhanden krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht wist 
      dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
   b. hij die opzettelijk uit winstbejag een door misdrijf verkregen goed 
      voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een persoonlijk recht op of 
      zakelijk recht ten aanzien van een door misdrijf verkregen goed 
      overdraagt.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk uit de opbrengst van 
   enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekt.        
Artikel 417bis | Schuldheling
1. Als schuldig aan schuldheling wordt gestraft met [STRAFMAAT]:
   a. hij die een goed verwerft, voorhanden heeft of overdraagt, dan wel een 
      persoonlijk recht op of zakelijk recht ten aanzien van een goed vestigt 
      of overdraagt, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden 
      krijgen van het goed dan wel het vestigen van het recht redelijkerwijs 
      had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
   b. hij die uit winstbejag een goed voorhanden heeft of overdraagt dan wel 
      een persoonlijk recht op of zakelijk recht ten aanzien van een goed 
      overdraagt, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het een door 
      misdrijf verkregen goed betreft.
2. Met dezelfde straf wordt gestraft hij die uit de opbrengst van enig goed 
   voordeel trekt, terwijl hij redelijkerwijs moet vermoeden dat het een door 
   misdrijf verkregen goed betreft.          

TITEL XXXA. Witwassen

Artikel 420bis | Witwassen
1. Als schuldig aan witwassen wordt gestraft met [STRAFMAAT]:
   a. hij die van een voorwerp de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, 
      de vervreemding of de verplaatsing verbergt of verhult, dan wel verbergt 
      of verhult wie de rechthebbende op een voorwerp is of het voorhanden 
      heeft, terwijl hij weet dat het voorwerp – onmiddellijk of middellijk – 
      afkomstig is uit enig misdrijf;
   b. hij die een voorwerp verwerft, voorhanden heeft, overdraagt of omzet of 
      van een voorwerp gebruik maakt, terwijl hij weet dat het voorwerp – 
      onmiddellijk of middellijk – afkomstig is uit enig misdrijf.
2. Onder voorwerpen worden verstaan alle zaken en alle vermogensrechten.      

DERDE BOEK | Overtredingen

TITEL I. Overtredingen betreffende de algemene veiligheid van personen en goederen

Artikel 424 | Straatschenderij
Hij die op of aan de openbare weg of op enige voor het publiek toegankelijke 
plaats tegen personen of goederen enige baldadigheid pleegt waardoor gevaar 
of nadeel kan worden teweeggebracht, wordt, als schuldig aan straatschenderij, 
gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 426 | Gevaarzetting in dronkenschap
Hij die, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert, hetzij in het openbaar 
het verkeer belemmert of de orde verstoort, hetzij eens anders veiligheid 
bedreigt, hetzij enige handeling verricht waarbij, tot voorkoming van gevaar 
voor leven of gezondheid van derden, bijzondere omzichtigheid of voorzorgen 
worden vereist, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 426bis | Hinderlijk volgen
Hij die wederrechtelijk op de openbare weg een ander in zijn vrijheid van 
beweging belemmert of met een of meer anderen zich aan een ander tegen 
diens uitdrukkelijk verklaarde wil blijft opdringen of hem op hinderlijke 
wijze blijft volgen, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 426ter | Belemmeren hulpverlener
Hij die wederrechterlijk een hulpverlener gedurende de uitoefening van zijn 
beroep in zijn vrijheid van beweging belemmert of met een of meer anderen 
zich aan hem tegen zijn uitdrukkelijk verklaarde wil blijft opdringen of hem 
op hinderlijke wijze blijft volgen wordt gestraft met [STRAFMAAT].

TITEL II. Overtredingen betreffende de openbare orde

Artikel 435 | Valse naam
Met [STRAFMAAT] wordt gestraft:
   1° hij die, door het bevoegd gezag naar zijn identificerende 
      persoonsgegevens gevraagd, een valse naam, voornaam, geboortedatum, 
      geboorteplaats, adres waarop hij in de basisregistratie personen 
      als ingezetene staat ingeschreven of woon- of verblijfplaats opgeeft.

TITEL III. Overtredingen betreffende het openbaar gezag

Artikel 443 | Overtreding noodverordening
Hij die een algemeen voorschrift van de Mayor uitgevaardigd en afgekondigd, 
overtreedt, wordt gestraft met [STRAFMAAT].
Artikel 447e | Identificatieplicht
Hij die niet voldoet aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage 
aan te bieden of medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer 
vingerafdrukken, hem opgelegd krachtens de Wet op de identificatieplicht, het 
Wetboek van Strafvordering, het Wetboek van Strafrecht, wordt gestraft met
[STRAFMAAT].

TITEL VI. Overtredingen betreffende de zeden

Artikel 453 | Openbare dronkenschap
Hij die zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevindt, 
wordt gestraft met [STRAFMAAT].

TITEL VII. Overtredingen betreffende de veldpolitie

Artikel 461 | Verboden toegang voor onbevoegden
Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, zich op eens anders grond waarvan 
de toegang op een voor hem blijkbare wijze door de rechthebbende is verboden, 
bevindt of daar vee laat lopen, wordt gestraft met [STRAFMAAT].